De kerstdagen

De kerstdagen komen er weer aan…

De kerstdagen…

De kerstdagen van vorig jaar stonden bij mij vooral in het teken van gemis en verdriet. Enerzijds het gedeeld verdriet van en met anderen over het gemis van hun dierbaren, anderzijds mijn eigen verdriet door het gemis van een dierbare, een maatje, mijn grote vriend die er nou net die dagen niet bij kon zijn.

De emotie verdriet geeft me altijd een dubbel gevoel. Natuurlijk voel ik de pijn, de tranen en de wens het anders te willen. Niet alleen het verdriet van mezelf, maar ook het verdriet van een ander kan ik goed voelen.
Ik onderga het, en ervaar het, en daar het niet prettig is deze gevoelens te hebben, wil het gevoel gelijk relativeren. Weg-rationaliseren, over het gevoel heen stappen door het van een veilige afstand te benaderen. Een waardebepaling geven.
Hoe groot is dit verdriet? Is het terecht dat dit verdriet er is? Is dat of dat niet juist veel verdrietiger of juist minder verdrietig? En valt mijn verdriet dan niet reuze mee? Het is een manier voor mij om met mijn eigen verdriet of dat van een ander om te kunnen gaan, ik kan mijn eigen verdriet daarmee minder of kleiner maken, loskoppelen van de omstandigheden, het dragelijker maken.
De pijn enigzins verzachten, losweken van mijn eigen gevoel.
In feite creer ik daarmee het bekende oer-Hollands schilderij van het zigeunerjongetje of -meisje met een traan op hun wang dat je vroeger veel in huiskamers zag hangen, of van het levenslied, verdriet van een ander zien en groter maken met als effect dat je eigen verdriet dragelijker is.

Dat deed ik altijd zo. Tot de afgelopen kerst!
Ik zag veel foto`s en berichten langskomen op Facebook van mensen die met hele families enorme gourmetschotels naar binnen werkten, terwijl ze ondertussen nog wat overbodige cadeaus uitpakten, strakke nette kleding en een nog strakkere brede lach. Leuke en gezellige activiteiten ondernemend,
vieren dat het kerst is, wat dat kerst dan ook is. Niet omdat het kan maar omdat het moet!
Of was dat nou, nog verkwistender, andersom?

Er kwamen die kerst ook een aantal andere berichten van mensen bij me binnen, andere mensen die ik erg graag mag, waarvan de berichten juist het tegenovergestelde waren.
Zo was er iemand die zijn kat al dagen kwijt was en hier zeer verdrietig over was omdat deze kat juist diegene is aan wie ze erg gehecht is, haar maatje.
Mensen die hun familie of vrienden missen omdat die er niet meer zijn en juist rond deze dagen daar extra mee geconfronteerd worden. Mensen die alleen thuis zitten omdat ze niemand meer hebben om kerst mee te vieren. En ikzelf die tijdelijk mijn grote dierbare vriend niet om me heen had terwijl toch juist die tijd met dierbaren gevierd zou moeten worden?

En als extraatje, zo van bovenaf even in mijn schoot geworpen,
kreeg ik op tweede kerstdag te horen dat iemand van wie ik de afgelopen jaren zeer veel heb geleerd, iemand die toch een lange tijd een soort van leermeester is geweest voor mij, was overleden. Helemaal alleen, tijdens de kerst.
Toen werd het stil in mijn hoofd…
Doodstil…

Ik wist niet meer wat ik denken moest of hoe ik denken moest. Hoe ik al dat verdriet in en om me heen kon relativeren, te niet doen, opzij zetten en verder gaan. Het ene verdriet is het andere natuurlijk niet, maar elk verdriet is voor diegene die het ervaart een groot verdriet. De waardebepaling wordt vaak door de omgeving gedaan. Elk verdriet is een verdriet dat je liever niet ziet of ervaart.
Het verdriet en het gemis van iedereen om mij heen stond in volle glorie voor mijn geestesoog en juist op dat moment herinnerde ik mij datgene wat hij, hij die op die tweede kerstdag overleed, altijd tegen mij zei als ik weer eens aankwam met een probleem, een naar gevoel, of wat dan ook.
Hij keek me dan altijd heel rustig aan en zei:  Waarom dient zich dit juist nu aan? Wat zegt dat volgens jou? Waarom heb je dat nu nodig? Waarom heb jij dit gecreëerd?
Inderdaad vragen waarvan me de stoom op die momenten vaak uit mijn oren kwam en waarop ik allerlei tegenwerpingen kon en vaak ook ging maken.
Hem verwijtend vroeg waarom hij die onzinnige vragen stelde, maar vragen, waarvan ik na een moment van bezinning of twee altijd dacht: inderdaad! Wat zegt het mij? Wat laat het me zien? Wat leer ik hiervan?

Als ik die vragen loslaat op de afgelopen kerst kan ik niet anders dan toegeven dat ik dit nodig had om te realiseren wat ik heb, zowel de negatieve als positieve dingen, omdat beide kanten bijdragen aan diegene die ik nu ben.
Iemand die is, en meestal misschien niet meer dan dat. Soms verdrietig, soms gelukkig, maar zonder tekorten, met alle ruimte om mijn eigen toekomst vorm te geven op een manier zoals ik dat wil. Verdriet en gemis zijn geen prettige gevoelens, maar ze geven diepte aan het leven. aan mijn leven, en kunnen in die zin een verrijking zijn, en zijn het ook.

Bedankt Jules voor alles, maar vooral voor je wijze lessen.
En natuurlijk is het geen toeval dat juist jij mij een oplossing liet zien voor al dat gemis en verdriet van die afgelopen kerst. Ik had alleen liever een andere manier daarvoor gezien.

Het ga je goed!

Liefs!!

Van den vos Renard Deel 3: De ontdekking.

Een zoektocht, een qeeste kan levenslang zijn waarbij het zoeken een doel op zich is geworden.
Mijn zoektocht naar meer deeltjes uit de Kwintessens reeks, naar nog meer boeken met de getekende voorkanten, dreigde zo`n doel op zich te worden. En natuurlijk is in een zoektocht blijven volharden makkelijker als je eigenlijk niet
weet wat het uiteindelijke doel van je zoektocht is. Ik wist totaal niet hoeveel delen er in deze reeks verschenen waren dus ook niet hoeveel delen ik nog zocht. Daarnaast merkte ik dat het zoeken, de queeste, besmettelijk was. Vrienden waren uiteraard bekend met mijn verzameldrift en ik zag er meer en meer gegrepen worden door de schoonheid van de omslagen en de stap naar ook zoeken en zelf verzamelen was een kleine stap.

En toen was daar het internet!
Dat werd een enorme stap vooruit en goed hulpmiddel in mijn zoektocht.
In het begin echter was internet nog summier en was er weinig concreets te vinden, zeker geen overzichten van complete reeksen en dergelijke.
In mijn hoofd had ik al in een vroeg stadium een voorstelling gemaakt van de tekenaar Philip Renard, die gezien zijn naam, zeker van Franse afkomst moest zijn, en dan vast ergens in zo`n kasteel in de Dordogne gewoond zou hebben.
Aangezien de reeks, in mijn ogen, al heel oud was, zou hij waarschijnlijk al lang overleden zijn. En het gebrek aan informatie hierover op het internet bevestigde alleen maar mijn vermoedens.

Op internet waren wel afbeeldingen terug te vinden van enkele losse delen van de Kwintessens reeks. Hermann Hesse en Carlos Casteneda werden vermeld, met een aantal van hun bekendste titels. De naam Philip Renard kon ik inderdaad ook terugvinden en dan bij die boeken als omslagontwerper en zonder verder enige gegevens.
Via het gevonden e-mailadres van uitgeverij De Bezige Bij legde ik contact met een zeer behulpzame medewerkster die onmiddellijk voor mij in hun archieven dook,maar ook daar was er niet over te vinden. Het enige dat zij aan mij kon melden waren de bekende op internet vermelde delen die ik al in mijn bezit had.
Mijn vragen bleven onbeantwoord en een overzicht van de complete reeks ontbrak nog steeds. De zoektocht ging verder.

Natuurlijk bleef ik regelmatig de sleutelwoorden Kwintessens en Philip Renard intypen in de zoekmachines, en na verloop van tijd dook er iets op.
Een nieuw boek van Geert Kimpen, getiteld De prins van Filettino met onmiskenbaar een getekende voorkant! En niet zomaar een getekende voorkant, een omslag ontworpen door niemand minder dan Philip Renard himself!! Dit was een recentelijk geschreven en uitgegeven boek echter niet bij De Bezige Bij uitgegeven. Ik was volkomen in verwarring. Hoe kon dit? Was dit nog een oude bestaande tekening die gebruikt werd, was deze omslag recentelijk getekend en zo ja, leefde Philip Renard dan nog?
Ik heb hierover onmiddelijk contact gezocht met de schrijver en informatie gevraagd over de Kwintessens reeks, over Philip Renard, over De Bezige Bij enzovoort.

Iemand die kennelijk ook de pracht van de getekende voorkanten kende en het zelfs voor elkaar had gekregen om zelf, voor zijn eigen boek ook zo`n getekende voorkant te krijgen moest toch mijn vragen begrijpen, moest toch invoelen hoe belangrijk deze queeste was, hoe belangrijk deze tekeningen waren? Zijn antwoord was echter zeer kort, zeer summier en totaal niet het antwoord waarop ik gehoopt had.
Hij voelde zich niet geroepen om fans van die omslagen van informatie te voorzien en als ik meer informatie wilde daarover moest ik maar informeren bij de tekenaar Philip Renard zelf van wie hij het e-mailadres bijsloot!!!  Mijn mond viel echt open van verbazing. Enerzijds vanwege het gebrek aan compassie (later begreep ik dat de schrijver op dat moment zelf in een mindere fase in zijn leven zat) anderzijds vanwege de toegereikte sleutel tot een einde aan de zoektocht.
De sleutel, het e-mailadres van de door mij dan meest gezochte tekenaar ter wereld, de man door wie ik uren sleet in tweedehandsboekenwinkels op zoek naar meer omslagen door zijn hand getekend, meters na meters boekenplanken afgespeurd, de drijvende kracht achter mijn zoektocht, en het begin van mijn queeste, mijn eigen Vos!!!

Ik heb een paar dagen gewacht met het sturen van een email naar Philip Renard om het gegeven dat hij nog leefde, een Nederlander was die nog steeds in Nederland woont en ook nog steeds productief op het gebied van vormgeving was, eens goed te laten kunnen doordringen.
Dit stond zo haaks op alles dat ik al tientallen jaren zelf had ingevuld. Nadat ik de email had verstuurd kreeg ik binnen twee dagen antwoord!! Ik heb gedanst, gesprongen en tegen iedereen die het maar horen wilde, dat ik antwoord had gekregen op mijn grote vragen, uit welke delen bestaat de Kwintessens reeks van De Bezige Bij!!

De informatie die ik kreeg was overigens overweldigend, want niet alleen alle verschenen delen uit de Kwintessens reeks waren mij nu bekend, ook andere boeken waarvan de omslagen door hem getekend en ontworpen waren alsmede boeken waarvan hij de typografie verzorgd heeft. Via internet was op basis van de nu bekende titels mijn reeks snel compleet en daarmee kon ik mijn zoektocht afsluiten!

Maar er gebeurde meer … nieuwe deuren, nieuwe vossen, nieuwe zoektochten.
Daarover meer in Deel 4!

Philip bedankt voor alle mooie omslagen, voor je mooie tekeningen
en natuurlijk nog veel, veel meer voor het mooie contact dat we hadden en hopelijk nog lang zullen hebben.

Hallo wereld.

Welkom bij mijn vernieuwde site!! Nieuw??

JA! Van www.epconu.wordpress.com naar www.epco.nu!!

Als het goed is is er verder niets veranderd, want waarom zou je iets veranderen dat al goed is??

Veel lees- en kijkplezier!!

Epco.

Van den vos Renard deel 2: De vos.

De verschijning vos, zoals ik al vaker heb verteld, doorkruist op meerdere niveau`s mijn leven. Enerzijds als prachtig dier, fysiek aanwezig in de ons omringende bossen en velden en anderzijds als het symbool voor al datgene waar de vos al eeuwen voor staat.

Zo weet ik nog goed hoe ik als kind de fabels las waarin de vos altijd een prominente en duidelijke plek had, de sluwerik, die met zijn slimheid altijd probeert ergens winst uit te halen. Wat trouwens zeer regelmatig lukt maar ook even vaak verkeerd afloopt omdat men de streken van de vos inmiddels wel kende. Een vos verliest wel zijn haren maar nooit zijn streken.
Ik was dan ook zeer verheugd toen ik op een mooie uitgave stuitte van beide delen van de fabels van Jean de La Fontaine (oorspronkelijke uitgaven in 1668 en 1679!) Zelfs nu nog na meer dan 300 jaar zijn de menselijke kenmerken toegeschreven aan de dieren herkenbaar en hebben nog niets aan verbeeldingskracht verloren. Onze vos Reinaert is dan ook niet meer dan een Nederlandse schrijfwijze voor het Franse woord voor vos, renard.

Maar nog steeds lees ik met heel veel plezier de verhalen waarin dieren met menselijke eigenschappen centraal staan om een bepaald onderwerp of zelfs moraal te beschrijven. Zo zijn de verhalen van Toon Tellegen mijn favoriete voorleesvoer voor de kinderen.
En ook de vos uit het sprookje De Kleine Prins, is zo`n dier.
De vos staat daarin symbool voor de wilde ongetemde natuur, voorzichtig op afstand te beschouwen maar, door de aandacht die je het geeft, de tijd die je eraan besteed, steeds dichterbij komt. Het gaat je raken en uiteindelijk worden beide getemd. Je sluit elkaar in je hart, je raakt ermee verbonden op een dieper niveau.
Deze vos staat al de helft van mijn leven symbool voor die personen en objecten die me hebben weten te temmen, voor korte of langere tijd, waarbij onze wederzijdse afhankelijkheid ons veel plezier heeft gegeven en het afscheid ook de bij behorende tranen en pijn in het hart opleverde. Er zijn al heel wat kleine of grotere vossen geweest in mijn leven! En niets voor niets is mijn zoon, sinds zijn geboorte, de levende personificatie geworden van die ene, De Kleine Prins vos! Mijn eigen kleine grote vos!!

Daarnaast is er natuurlijk de vos zelf, als schuw wild dier in het bos en op de velden altijd op zijn hoede klaar om met zijn schitterende schutkleurenpracht
weg te duiken in het onzichtbare, altijd opgejaagd en daardoor bang voor de mens. Hoe mooi, hoe rank en hoe prachtig is dit dier.
Deze vos heb ik, en daar ben ik echt enorm dankbaar voor, al vele en vele malen tegen mogen komen, soms dichtbij en soms veraf, soms kort en soms in mijn beleving bijna uren lang mogen aanschouwen. Een van de mooiste ontmoetingen was tijdens een kampeerweek met mijn zoon (toen 4 jaar oud) in de tent aan de rand van het bos.
In de avond na het eten stelde ik hem voor, zonder hierover na te denken of te beseffen wat ik zei, om nog even naar de vos te gaan kijken. We liepen vervolgens langs het bos een stukje verder naar een weiland gingen aan de rand daar van zitten en twee minuten later steekt een vos in al zijn pracht, voor ons, op zo`n 100 meter afstand, het weiland over. Mijn zoons allereerste echte fysieke vos.

Ik zoek echter nooit naar vossen! Ze kruisen mijn pad, of ik dat van hen. Ze komen ongevraagd in mijn leven. Puur willekeurig, puur toevallig. Hoewel die woorden willekeur en toeval zeker in deze context volkomen misplaatst zijn. Ik geloof niet in toeval en dat waar de vos in mijn leven voor staat en mij laat zien, is te relevant om het aan enige willekeur toe te schrijven. Tijdens onze “indianen”-kampeervakantie in een tipi alweer ruim een jaar geleden waren wij en de kinderen het er dan ook unaniem over eens dat wij, ons gezin, van de Vuurplaats van de Vos zijn. Geen twijfel mogelijk!

En, o ja, dit verhaal was toch gewoon een deel 2 over de Kwintessens reeks van De Bezige Bij? De bijna levenslange zoektocht naar nog meer deeltjes met die mooie getekenden voorkanten? Die omslagen die mijn hart en de diepere lagen van mijn bewustzijn zo intens wisten te raken? Het zal dan ook zeker niemand verbazen dat bij al de delen die ik vond, voorin achter het omslagontwerp elke keer dezelfde naam stond: Philip Renard, (mijn Franse vos!!). Dat maakte mijn zoektocht niet makkelijker, wel een stuk mooier.
Dit was namelijk geen zoektocht meer, de vos had weer eens mijn weg gekruist, of ik dat van hem. Dit is mijn levenspad, de vos, in al zijn verschijningen.

Van den vos Renard deel 1: De zoektocht.

Ik kan me het eerste Kwintessens boek dat ik in handen kreeg nog heel goed herinneren.
Als 19-jarige leende ik een wat oudere man, in al mijn onschuld van de jeugd, 10 gulden en als onderpand kreeg ik een boek in mijn handen geduwd met de mededeling dat hij dat bijzondere boek de maand erna weer terug zou kopen. Ik heb het boek nog steeds!

Het boek is van L. Pauwels en J. Bergier twee Franse geleerden en is getiteld: De dageraad der Magiërs. Ik had nog nooit van hen beide gehoord maar bij het lezen van de inleiding
hadden ze mijn interesse al zodanig gewekt dat ik het boek in een ruk heb uitgelezen. Wat een boek, wat een opzet en wat een heerlijk, nuchter taalgebruik (red. dit was  natuurlijk de Nederlands vertaalde versie in plaats van de Franse originele editie) er is in mijn latere leven geen boek geweest dat qua inhoud zou enorm verstrekkend en veelomvattend is als dit boek. Het boek, geschreven in 1960, bevatte kort en bondig al alle onderwerpen waar decennia schrijvers zich later op zouden storten en lijvige boeken over zouden schrijven. Dit boek was zo puur, zo fris en oorspronkelijk, of zo magisch realistisch zoals ze het zelf graag benoemde!!

Maar het bijzondere en intrigerende aan het boek vond ik vooral de omslag. Gewoon een kartonnen paperback met op de achterkant in het kort waar het boek overging. Maar die voorkant trok elke keer weer mijn aandacht!! Ik haalde het zelfs regelmatig uit de kast om er naar te kijken. Magisch en eenvoud in een. Die kaft wist voor mij naast de essentie van het boek, uitdrukking te geven aan het alles-in-een principe, het concept waar ik toen, en nu nog steeds in geloof, dat alles, elke tegenstelling, zijn wortels heeft in dat ene eerste grondbeginsel, de oer-energie. Ik heb er ooit zelfs een naam voor bedacht, het AL Dat Is, mijn equivalent voor God. De voorkant van het boek was getekend met zachte pastelkleuren, bevatte een aantal tekens zoals de swastika, een 5 puntige ster en een kruis omgeven door bloemen (lotussen?) en gekleurde organische structuren.

Korte tijd later begon ik de boeken van Hermann Hesse te lezen en als eerste kennismaking met hem las ik Siddhartha , dat ik nog steeds zijn meesterwerk
vind. De uitgave van Siddhartha die ik las had als omslag ook weer een tekening, met mooie pasteltinten, die uitdrukking gaf aan het verhaal, maar ook daarachter iets liet zien van een oneindige cirkel, een wederkerigheid in alles, een tekenaar die wist, die begreep. Die de dingen net zo zag zoals ik de dingen waarnam, een gelijk gestemde!
Ik wist dat deze twee boeken een-en-dezelfde tekenaar moesten hebben en vanaf daar begon mijn speurtocht naar meer boeken met die kenmerkende omslagen, of zoals onder vrienden als we er over spraken, de boeken met de mooie getekende voorkanten.
Het werd een speurtocht die uiteindelijk ongeveer 27 jaar heeft geduurd.

Beide boeken waren uitgegeven door Uitgeverij De Bezige Bij in de Kwintessens reeks. En waren genummerd wat de indruk gaf dat er een volgorde, een reeks was die waarschijnlijk eind jaren 60 begon en doorliep tot in de jaren 70. In die tijd dat mijn zoektocht begon was er geen internet, geen computernetwerk in de bibliotheek , maar er waren wel heel veel tweedehands boekenwinkels!! Dus in welke stad  ik ook kwam, altijd als ik een tweedehandsboekenwinkel zag dook ik even naar binnen om te kijken bij vertaald werk, of bij kwintessens, of bij De Bezige Bij. Altijd op zoek naar de getekende voorkanten!!! Het werd van een zoektocht meer een queeste. Iets wat ik moest volbrengen!
Af en toe vond ik een boek met zo`n getekende voorkant, had had ik de zijkant van het boek in het schap kunnen herkennen aan de getekende letters van de titel en schrijver, aan het getekende logo van De Bezige Bij, of soms bij wat bezoedelde of vergeelde exemplaren gewoon aan de kleurschakering. Ik vond veel andere titels van Hermann Hesse, die overigens altijd mijn favoriete schrijver is gebleven, De reis naar het Morgenland, Het Kralenspel, Narziss en Goldmund, naast de inhoud van deze boeken zie ik vooral de omslagen voor me. Al snel ontdekte ik ook de boeken van Carlos Castaneda, de eerste 4 delen hebben dezelfde getekende omslagen. Ook kwam ik af en toe vage voor mij onbekende schrijvers tegen met nog onduidelijkere titels als Psychocybernetica
maar allen hadden dezelfde gemene deler, een mooi getekende omslag!!!

Aan deze zoektocht kwam geen einde, ik had geen idee hoeveel delen er ooit waren verschenen, welke ik nog miste, waar ik andere delen kon vinden, maar dat is misschien ook het mooie van zoeken, van een zoektocht, van een queeste, altijd rond blijven kijken zonder dat het gevonden wordt want als het klaar is, compleet is, is de zoektocht klaar,
geëindigd.

Uit de kast, In de kast!

Uit de kast, In de kast!

Alleen al de hoge sokkel verwijst ernaar dat Epco de ruimtelijke en psychische beperkingen van de kast al lang is ontstegen. Dat zijn denkraam een iconoclaste mentaliteit omspant, die uitmondt in een kosmisch signaal, een oerkreet, die vorm kreeg met deze simpele materialen.

En toch weer in de kast? Ja! Epco nam ons even bij de hand en leidde ons daarna terug naar onze dagelijkse vormenwereld. Hij toonde ons een glimp van een gebied, een mercenary territory, waar spiritualiteit de strijd moet aanbinden tegen de groteske uitwassen van de hedendaagse wereld.                   De veiligheid van de kast komt dan als een bevrijding!

De Vader, de Zoon en de Weg.

Elk jaar weer komt deze dag een keer voorbij, de verjaardag van mijn zoon.
En elk jaar denk ik op de avond daarvoor terug aan het moment dat hij in mijn leven kwam, zijn geboorte, het allereerste begin, onze eerste tijd samen.

Ik herinner het me allemaal nog zeer levendig,
ik was getuige van het wonder der schepping, de schepping van mijn eigen zoon!
Wat me vooral altijd bij zal blijven zijn die eerste paar minuten van hem op deze wereld.
Hij zat met zijn beentjes gekruist op het bed met een beetje een grijzige en rimpelige huid
en ik kon me niet aan de indruk ontrekken dat dit ventje van een paar minuten oud
eigenlijk al honderden jaren oud was. Een wijze oude man die opnieuw geboren werd, herboren werd.
Na een paar minuten veranderde zijn grijzige kleur in het gewone baby roze dat we allemaal kennen, de rimpels verdwenen enigszins en hij werd een kleine lieve schattige baby, de baby`s die we allemaal kennen.
Maar dat beeld, die eerste paar minuten, die van die wijze oude man die zal ik nooit kunnen vergeten.

Mijn zoon was met woordjes en praten er vroeg bij kun je wel zeggen,
toen hij twee was had hij al over “communicatieproblemen” en ook het woord “papegaaienkooi” was geen probleem. Hij gebruikte niet alleen die  woorden, hij begreep ook absoluut de betekenis ervan.
Op die leeftijd was het ook dat we samen aan het fietsen waren, hij nog voorop in het kinderstoeltje, het avontuur tegemoet, op verkenning, zoals we elke dag deden als het weer het toe liet. Op expoditie zoals we altijd op zijn Winnie de Pooh`s zeiden!

We waren na een paar uur op een punt aangekomen waar we beide nog nooit eerder geweest waren, het was al lang weer tijd om richting huis te gaan, toen ik hem moest bekenen; “Ik geloof dat we verdwaald zijn, Ik ben hier nog nooit geweest en weet hier niet zo goed de weg terug naar huis”,
waarop mijn zoon antwoordde; “Dat geeft niets hoor Papa, ik Ben de Weg!”

En natuurlijk zijn de hoofdletters door mij hieraan toegevoegd, maar op dat ene moment gaf hij met die eenvoudige zin precies uitdrukking aan waar het toen, nu en in de toekomst om ging, gaat en ook zal gaan.  Als wij samen zijn, zijn wij altijd op het juiste moment op de juiste plek , waar en wanneer dat dan ook is.

De Vader, de Zoon en de Weg, onze eigen drie-eenheid,                                                             wij samen, versmolten tot die ene essentie,                                                       onvoorwaardelijke liefde in het eeuwige NU.

Liefs.

 

Zwart

Ik was ongeveer 15 jaar en een trouwe lezer van het muziekblad OOR, de artiesten en de bands die daarin voorkwamen zoals; Coil, The Misfits, Cocteau Twins en natuurlijk Nick Cave hadden mijn voorkeur boven de artikelen en vooral de foto`s over de nieuwe haardracht of kleding van de bekende jaren 80 pop-idolen zoals beschreven in de glossy tijdschriften Muziek Express of Popfoto die meestal door mijn leeftijdsgenoten gelezen werden.

In Oor stond een recensie over het toen net verschenen tweede album van Dead Can Dance – Spleen and Ideal. De recensie was erg lovend over de nieuwe weg die ze ingeslagen waren. Het was minder heftig en druk dan hun eerste (post-punk) LP die meer in de sfeer van bijvoorbeeld Joy Division lag. Deze tweede LP bestond uit mooie sobere soms zelfs romantische muzieklagen opgebouwd door Brendan Perry die de glossolalie of klanktaal van zangeres Lisa Gerrard perfect ondersteunden.  Juist het niet gebruiken van bestaande woorden in haar zang maakte het voor mij tot iets mystiek, hemels bijna.

Ik had al snel een gekopieerd cassettebandje in mijn bezit met de muziek van de Spleen and Ideal LP en draaide het dag en nacht. Bij voorkeur `s avonds in het donker buiten op mijn walkman. Door de schemering en de koptelefoon klonk de muziek nog intenser, dieper. Tegenwoordig hebben bands als Dead Can Dance en Cocteau Twins vaak het label Gothic, terwijl die term toen nog geeneens bestond om een muziekstroming aan te duiden.
De term die vaak gebruikt werd was New Wave, maar dat was toen al zo`n brede term dat legio bands met zeer verschillende muziekstijlen daaronder vielen. Ik denk dat voor Dead Can Dance de term Middeleeuwse Wave of Gregoriaanse Dark Wave
meer op zijn plaats was geweest. Hoewel het middeleeuwse Gotische op deze LP in alles doorklonk.

In het artikel van OOR stond tevens een vooruitblik op de bijbehorende Spleen and Ideal tour die ook Nederland aan zou doen. Op 10 mei 1986 zouden ze een optreden geven in de Melkweg in Amsterdam!
Ik had het van te voren al helemaal uitgedacht. Ik zou in een zwarte monnikspij met zo`n grote kap tot bijna over de ogen het gewaad tot op de grond en een gevlochten rood touw om mijn middel daar naar toe gaan. Als een soort van kruisvaarder die in de schemer zijn heil zoekt, maar aangezien ik geen wit paard tot mijn beschikking had zou ik dan maar met de trein naar Amsterdam afreizen om mijn helden live te gaan aanschouwen!!

Had ik al vermeld dat ik net 15 jaar geworden was?
Ik kwam de deur niet uit en zeker niet op die wijze gekleed naar Amsterdam alleen met de trein `s avonds laat. Dead Can Dance heb ik toen dan ook niet en later ook nooit live mogen beleven.
Alles dat mij restte was dat ik korte tijd later mijn haar als stil protest zwart geverfd heb, pikzwart. Zo zwart als een middeleeuwse nacht waarbij het enige licht dat zichtbaar was kwam van die heldere, mooie en onbereikbare sterren aan de muzikale hemel.

Roddelen, roddels en roddelaars

Roddelen is een menselijke activiteit waarbij over iemand wordt gesproken – in ongunstige zin en vaak onwaar – zonder dat de persoon in kwestie bij het gesprek aanwezig is. Dat zou ook niet anders kunnen anders zou de roddel natuurlijk gelijk weerlegt worden. Roddelen of kwaadsprekerij zou je dus kunnen zien als een negatief aspect van het menselijk gedrag. Maar roddelen heeft ook een positieve keerzijde, het versterkt de band tussen de roddelaars en het kan vriendschappen versterken (ik zeg; kan! want hoe vaak gaan daar vriendschappen niet mee de mist in!). Het creëert en bevestigd een wij en zij-gevoel. Roddelen is van alle tijden en van alle lagen van de bevolking, het wordt vaak ingezet als wapen in de hiërarchische orde, als strijd tegen uitzonderingen, afwijkingen en het onbekende.

Wat roddelen betreft ben ik wel wat gewend, ook de stad waar ik vandaan komt kent een groot roddelcircuit vandaar dat ik die stad nog steeds ervaar als een groot dorp. Dorpen en andere kleine gemeenschappen staan in het algemeen bekend om het grote roddelcircuit. Op zich niet zo verbazingwekkend, want als een dorp een factor 150 kleiner is dan een middelgrote stad is er naar verhouding ook factor 150 minder activiteit en input. En aangezien we over het weer snel uitgepraat zijn is roddelen een ideaal middel om de communicatie op gang te houden.

Laatst kwam ik de uitspraak tegen: Zij die het minst over je weten, praten het meest over je. En dat is eigenlijk wel een komisch gegeven. Echt hilarisch wordt het pas als je de roddels die betrekking hebben op jou, via andere wegen weer terug hoort, en dat gebeurt bijna altijd. Want ook de roddelaar wordt altijd weer beroddeld! Dat doet me altijd denken aan het spelletje dat we vroeger op de lagere school deden. Met zijn allen in een kring zitten, en dan begint een kind diegene ernaast zit een zin of kort verhaaltje in het oor te fluisteren. Die fluistert het weer door aan de volgende enzovoort. Het verhaal dat het laatste kind te horen heeft gekregen en hardop verteld staat vaak ver weg van het origineel. Zou is het ook met roddels! Als ik af zou moeten gaan op de roddels die ik terug heb gehoord zou mijn leven er een stuk interessanter uit hebben gezien!

De roddelaars in kwestie, vaak vrouwen, is mijn bevinding althans, zeggen met het roddelen meer over zichzelf dan dat ze eigenlijk door hebben. Anders zouden ze het zeker achterwege laten. Luister maar eens naar een roddel en kijk daarbij voorbij het onderwerp. Luister naar de roddelaar, kijk naar hun ogen en leef je in in hun gevoel. De onzekerheid ten aanzien van zichzelf, zowel psychisch als lichamelijk, de angst over hun positie in de groep en de beeldvorming in de ogen van anderen, alles klinkt pijnlijk in de roddels door. In feite blijkt steeds weer dat de kletstante, de dikke dame, de achterklapper en de mankpoot, allen hetzelfde delen in het roddelen, bescherming zoekend tegen hun eigen angsten en pijn, ontstaan door het verleden of het heden.

Dus ik zeg; roddel! Verzin en klets maar raak, want als jullie sprookjes en fantasie nodig hebben om een beter gevoel over jezelf te krijgen dan steun ik dat van harte!! Mij geeft het namelijk weer voldoende creatief materiaal, dank jullie wel!

Spookverhaal!

Soms krijg je een verhaal op een presenteerblaadje aangereikt en hoef je het alleen nog maar af te maken! Zo was ik aan het snuffelen tussen oude volksverhalen op internet en kwam ik dit verhaal tegen:

“In Ellecom zou er ook 1 staan.
Het exacte adres weet ik niet uit ’t hoofd (zou ik moeten checken), wel weet ik precies waar het staat.
Sterker nog, ik ben er ooit eens binnen geweest!
Ruim 10 jaar geleden, heb ik daar met ’n bandje ’n optreden verzorgd.
Toentertijd zaten er krakers in, ik zou eigenlijk niet weten of die er nu nog in wonen, ik kan het me haast niet voorstellen.
Ik vraag me af of het überhaupt nog bewoond is eigenlijk.
Anyway, het verhaal ging toen dat het ooit ’n tehuis is geweest voor weeskinderen/gehandicapte kinderen en dat het indertijd afgebrand is geweest, of er overlevenden waren weet ik niet meer.
Verschillende mensen vertelden dat ze er vreemde stemmen hoorden.
Enkele bewoners hoorden ’s nachts kinderstemmen, ’n bewoonster vertelde me dat ze midden in de nacht gegiechel hoorde, en ’n vrouwenstem die zei: stil jullie, hou eens op!
Een van onze bandleden had er ook eens overnacht en vertelde me het volgende: hij werd plots midden in de nacht wakker, lag gewoon op z’n rug maar kon zich niet meer bewegen.
Hij had het gevoel alsof er ’n paar handen steeds heel langzaam over z’n gezicht gingen.
Er was niets te zien, maar hij had het gevoel dat ” iets ” zich boven hem bevond.
Hij zei toen maar iets dergelijks als ” volgens mij deug jij wel hè? ” ( tja, je moet toch wat!), toen verdween het weer.
Wat ik er verder nog over weet is dat ze het toen ” De Hexenketel ” noemden, er stond ’n groot bord in de tuin waar ze dat hadden opgeschreven.”
(Dr. Campbell op het Fok-forum, 18 juli 2005)

Het exacte adres van deze locatie was de Zutphensestraatweg 66 te Ellecom, en het pand was het voormalige Koloniehuis Ketelaar gebouwd omstreeks 1835 en daarna een huis voor zogenaamde Bleekneusjes geworden. Een van de velen panden op de Veluwe voor stadskinderen om aan te sterken.

Dat adres weet ik nog zo goed omdat ik ongeveer eind 1991 een van de negen personen was die dat pand gekraakt hebben, toen dat nog legaal was, en het hebben omgedoopt in De Hexenketel. De woningnood was toendertijd zeker niet minder dan tegenwoordig en het pand stond al jaren leeg. De staat waarin we het pand toen aantroffen was triest en erg slecht. De mooi bewerkte houten trapleuningen waren eruit getrapt, de mooie stenen mozaïekvloeren waren deels kapotgeslagen en meer van die authentieke zaken waren al grondig vernield. En dat nog even los van het feit dat er natuurlijk geen gas, water en elektra aanwezig was. Primitieve omstandigheden, zeker omdat het ook nog eens winter was. Als het buiten vroor, dan binnen ook. Maar ach, wie maakt zich druk om comfort als je de idealen die je hebt met een leuke groep mensen na kan streven. Dat het dan af en toe wat stinkt door het gebrek aan water geeft dan niet!

We kregen als anonieme groep natuurlijk een dagvaarding en moesten bij de rechter verschijnen om ons te verantwoorden. Een van ons die banden had met Hotel Bosch in Arnhem had de zaak goed voorbereid en de eigenaar niet. Het gevolg was dus dat de uitspraak ons in het gelijk stelde en we daar legaal konden verblijven.

Begin 1992 hielden we een opening voor vrienden en bekenden waarbij we toen ook een band uit Alkmaar uitgenodigd hadden, een bekende van een van de bewoners. Waarschijnlijk is diegene die bovenstaande verhaal heeft verteld een van hen. Over een mogelijke brand heb ik nooit iets vernomen en niets kunnen vinden op internet, die is er hoogstwaarschijnlijk nooit geweest. Dat het huis spookachtig, griezelig en duister was dat klopt, zeker als je bijvoorbeeld maar met zijn tweeën aanwezig was in een pand zonder licht en lange gangen en ongeveer dertig kamers, of als je daar met zijn allen verstoppertje speelde. Maar kinderstemmen?, die heb ik daar nooit gehoord. Een echt spookverhaal!

Ik zelf ben na een paar maanden daar weer vertrokken en de meeste mensen van toen zijn in de schemer van het verleden uitzicht verdwenen. (Het tijdperk voor mobieltjes, internet, Facebook en wifi!) Maar niet dit verhaal, de overlevering, de herinneringen.